Lessen bewegingsonderwijs zijn een onmisbaar fundament om leerlingen motorisch vaardig te maken in sporten en bewegen. Leerlingen maken zo kennis met een breed aanbod van activiteiten waarin bewegen centraal staat. Zo leren ze, binnen hun eigen mogelijkheden, beter bewegen en met elkaar om te gaan. Hierdoor ontstaat plezier in bewegen. En beweegplezier draagt bij aan een actieve en gezonde leefstijl. Wat kunt u nog meer doen aan educatie rond bewegen en sport?

Zet Gezonde School-activiteiten in

Naast de lessen bewegingsonderwijs volgens een erkende methode of vakwerkplan kan de school gebruikmaken van erkende Gezonde School-activiteiten. Afhankelijk van waar u aan wilt werken, kunt u bijvoorbeeld kiezen voor een activiteit gericht op educatie of juist één gericht op bewegen in en om de school. Zo kunt u leerlingen op school laten kennismaken met een sport via een sportvereniging in de buurt. Of kunt u ze op vaste momenten laten ervaren hoe leuk het is om samen te bewegen.

Tip: Passen de activiteiten bij uw leerlingen?

Kijk eerst of de Gezonde School-activiteiten voor het speciaal onderwijs passen bij uw leerlingen. Is dit niet zo? Kijk dan bij de po of vo activiteiten en pas deze aan door bijvoorbeeld onderdelen van lespakketten in te zetten.

Geef structureel aandacht aan bewegen en sport

Bewegen en sporten kan op vele manieren. De basis ligt bij de lessen bewegingsonderwijs. Maar gedurende de schooldag zijn er nog heel veel andere manieren om leerlingen te laten bewegen.

Geef onderwijsactiviteiten rond bewegen en sport daarom in elk leerjaar speciale aandacht. Dat kan bijvoorbeeld zo:

  • Zorg voor voldoende lessen bewegingsonderwijs op het rooster van alle leerlingen, verzorgd door een vakleerkracht of bevoegde groepsleerkracht.
  • Werk met een doorlopende leerlijn. Dat kan met een methode en/of een vakwerkplan voor het bewegingsonderwijs.
  • Neem onderwijsactiviteiten rond bewegen en sport op in het schoolbeleid en geef er uitleg bij. Waarom worden ze uitgevoerd, wie is ervoor verantwoordelijk en in welke leerjaren vinden ze plaats?
  • Maak, als dat kan, gebruik van bewegend leren – wissel cognitieve activiteiten zoals het volgen van instructie af met tien minuten dansen of springen. Of laat leerlingen bewegen tijdens het leren: bij het spellen of vermenigvuldigen, bijvoorbeeld.
  • Organiseer jaarlijks een sportdag voor alle leerlingen. Tip: Dit hoeft niet voor alle klassen op hetzelfde moment plaats te vinden.
  • Doe ook mee aan andere sportieve activiteiten of themaweken, zoals toernooien tegen andere scholen, sponsorlopen, de avondvierdaagse of de Nationale Sportweek.
  • Bepaal of en in welke groepen zwemles wordt opgenomen in het programma en maak gebruik van schoolzwemmen of andere programma’s.

Betrek en informeer ouders en verzorgers

Ouders en verzorgers hebben veel invloed op het beweeggedrag van hun kind. Daarom is het nuttig om ook de ouders en verzorgers te betrekken bij het stimuleren van bewegen en sport. Houd ouders en verzorgers bijvoorbeeld op de hoogte van passende sportactiviteiten en betrek ze erbij. Denk hierbij aan sportverenigingen in de omgeving waar hun kind terecht kan. Of zorg dat ouders bij een sportactiviteit op school hun kind aanmoedigen.

Train uw leerkrachten

Hebben de leerkrachten op uw school er vertrouwen in dat ze goed kunnen lesgeven in bewegen en sport? De kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de (vak-)leerkrachten. Bied leerkrachten daarom de mogelijkheid tot bij- of nascholing. Dit kan bijvoorbeeld met het scholingsaanbod van de KVLO.