Wat staat er in het beleid?

Heeft uw school een beleid rond bewegen en sport? Hebben leerlingen, ouders, verzorgers en medewerkers meegedacht over dit beleid? Is er een medewerker die verantwoordelijk is voor bewegen en sport? Effectief werken aan bewegen en sport vraagt om aandacht voor beleid. Hoe pakt u dat aan?

Stel een beweeg- en sportbeleid op

Welke visie heeft de school op bewegen en sport? Neem dit op in een beleid en zorg dat er blijvend aandacht voor is. In een goed beweeg- en sportbeleid staat wat het belang is van goed leren bewegen en kennismaken met sport ter bevordering van een actieve leefstijl. Leg dus ook uit wat de school doet naast de lessen bewegingsonderwijs. Voor het basisonderwijs groep 1 en 2 schrijft de richtlijn van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een dagelijks beweegmoment voor, wat neerkomt op 3,75 uur per week. En voor groep 3 tot en met 8 tweemaal 45 minuten per week aan bewegingsonderwijs. Deze richtlijnen zijn een van de criteria van het themacertificaat Bewegen en sport. Zijn deze richtlijnen voor uw leerlingen niet haalbaar? Vraag dan advies aan uw Gezonde School-adviseur.

Wilt u werken aan bewegen en sport, dan vragen de lessen om een goede kwaliteit. Benadruk daarom het belang van bevoegde maar ook bekwame (vak-)leerkrachten voor de lessen bewegingsonderwijs. Een leerkracht kan bevoegd zijn door een diploma van de ALO of de pabo. Heeft een leerkracht de pabo na 2005 afgerond, dan heeft deze een aanvulling nodig in de vorm van de leergang vakbekwaam bewegingsonderwijs.

Betrek en informeer medewerkers, leerlingen, ouders en verzorgers

Hoe zorgt u ervoor dat het beweeg- en sportbeleid slaagt? Het is aan te raden om leerlingen, ouders, verzorgers en medewerkers bij het opstellen en uitvoeren te betrekken. Leg uit waarom beleid rond bewegen en sport nodig is en zorg dat iedereen kan meedenken. Op die manier voelen meer mensen zich verantwoordelijk voor het slagen ervan. En kunnen medewerkers handen en voeten geven aan bewegend leren en het creëren van extra beweegmomenten. Voor het organiseren van sportactiviteiten kunnen ze taakuren inzetten.

Naast het betrekken van leerlingen, ouders, verzorgers en medewerkers is het handig ze jaarlijks te informeren over het beweeg- en sportbeleid. Neem het onderwerp bijvoorbeeld op in het schoolbeleid, de schoolgids, een projectplan of een schoolwerkplan. Verandert u tussentijds iets aan het beleid, bijvoorbeeld na de evaluatie? Meld dit dan via bijvoorbeeld een nieuwsbericht op de website of een nieuwsbrief.

Borg taken en verantwoordelijkheden

Het werkt het beste om één medewerker verantwoordelijk te maken voor het beweeg- en sportbeleid en een beweegteam samen te stellen. Stel bijvoorbeeld een medewerker aan als Gezonde School-coördinator en spreek af dat deze de taken voor het thema Bewegen en sport coördineert. De samenstelling van het beweegteam kan divers zijn. Denk aan leerkrachten, ouders, leerlingen, sportservicebureaus, een MRT’er, fysio- of ergotherapeut of combinatiefunctionaris. De Gezonde School-coördinator kan bij het verdelen van taken en verantwoordelijkheden binnen het beweegteam denken aan:

  • Voorlichten over bewegen en sport en inzetten van Gezonde School-activiteiten.
  • Bepalen van het aanbod aan Gezonde School-activiteiten.
  • Betrekken van leerlingen, ouders, verzorgers en medewerkers bij Gezonde School-activiteiten.
  • Signaleren van opvallende ontwikkelingen rond bewegen en sport.
  • Uitvoeren en handhaven van het beweeg- en sportbeleid, inclusief afstemming en communicatie met leerlingen, ouders, verzorgers en medewerkers.
  • Evalueren van het beleid, bijvoorbeeld jaarlijks.